Duurzame inzetbaarheid: van theorie naar praktijk!

CAO-afspraken over duurzame inzetbaarheid zijn doorgaans afspraken met als doelstelling op middellange termijn ontwikkelingen te initiëren. De praktijk van een onderneming met de werkgever en haar werknemers kent echter een andere dynamiek. Te vaak ziet men goedbedoelde afspraken die de ondernemer, laat staan de werkvloer, niet bereiken. Hoe komt dat? Is het beleid te hoog over voor de betreffende onderneming? Of geeft de ondernemer op eigen wijze reeds invulling aan inzetbaarheidsbeleid?

Duurzame inzetbaarheid is een breed begrip en op meerdere manieren interpreteerbaar en in te vullen. Opname van duurzame inzetbaarheid in de CAO is echter nog geen voorwaarde dat het ook op de agenda van de werkgevers staat, laat staan van de individuele werknemer. Er bestaan verschillen tussen sectoren in de mate waarin duurzame inzetbaarheid op de agenda van de CAO onderhandelingen staat, de mate waarin het wordt opgepakt door bijvoorbeeld de branchevereniging en de mate waarin bedrijven (en werknemers) er zelf mee aan de slag gaan.

Zo blijkt onder andere dat de mate waarin aandacht wordt of kan worden besteed aan duurzame inzetbaarheid samenhangt met de grootte van de organisatie en beschikbaarheid van mensen en financiële middelen. Tevens zijn de specifieke (werk)omstandigheden (bijvoorbeeld fysiek wel of geen zwaar werk) en economische omstandigheden (is er sprake van economisch gezien ‘zwaar weer’) van invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering en kunnen daarmee de 'sense of urgence' bepalen met betrekking tot duurzame inzetbaarheid.

Wat essentieel is voor het succesvol implementeren van duurzame inzetbaarheid is de gedeelde verantwoordelijkheid van de werkgever en de werknemer. Waar de ene keer de werkgever aan zet is, zal de andere keer de prikkel vanuit de werknemer zelf moeten komen. Betrek de werknemer bij het gevoerde beleid rondom duurzame inzetbaarheid. Praat niet óver maar mét de werknemer als het gaat over duurzame inzetbaarheid. Verder zijn enkele lessons learned voor succesvolle implementatie van duurzame inzetbaarheid: de commitment van sociale partners, het benoemen van (juist) de kleine successen, implementatie van duurzame inzetbaarheid op verschillende niveaus en het bevorderen van competentiegericht denken en intersectorale mobiliteit.